Login info
naam: wachtwoord: Login
Lettergrootte normaal Lettergrootte groot Lettergrootte extra groot

Hoe blijf ik dementie de baas?

Frontotemporale dementie

Frontotemporale dementie is een aandoening van met name het voorste deel van de hersenen, de frontaalkwab. Frontotemporale dementie werd vroeger ook wel frontalekwabdementie, of de ziekte van Pick genoemd. Kenmerkend zijn de opgezwollen, ballonvormige zenuwcellen in het voorste deel van de hersenen. De oorzaak van frontotemporale dementie is nog niet bekend. Het ziektebeeld onderscheidt zich in een aantal opzichten duidelijk van andere vormen van dementie zoals de ziekte van Alzheimer. In een beperkt aantal gevallen wordt de ziekte veroorzaakt door een afwijking in het erfelijk materiaal.

Frontotemporale dementie begint in tegenstelling tot de ziekte van Alzheimer op vrij jonge leeftijd, meestal bij mensen tussen de 40 en 50 jaar oud. De stoornis begint meestel sluipend en ontwikkelt zich langzaam. De aandoening duurt 5 tot 15 jaar en de verschijnselen nemen in ernst toe. De eerste verschijnselen uiten zich met name in veranderingen in gedrag en persoonlijkheid. Ook kunnen lichamelijke stoornissen zoals stereotiepe gelaatstrekkingen ontstaan. Het geheugen en oriëntatie blijven in eerste instantie relatief goed functioneren. Vaak wordt frontotemporale dementie hierdoor in het begin niet herkend als dementie. Het is belangrijk dat de ziekte op tijd herkend wordt als dementie omdat mensen anders het risico lopen dat zij in een psychiatrisch ziekenhuis terechtkomen.

De hierna beschreven verschijnselen van frontotemporale dementie komen niet bij iedereen met de aandoening voor. Ook het moment waarop de verschijnselen binnen het ziekteproces optreden kan verschillen.

  • Planning en inzicht: kenmerkend voor mensen met frontotemporale dementie is dat het vermogen tot plannen en organiseren vermindert. het wordt steeds moeilijker een complexe handeling uit te voeren of een taak tot een goed einde te brengen. Een ander kenmerk is het verminderde oordeelsvermogen: de patiënt kan geen verband meer leggen tussen oorzaak en gevolg. Hij heeft moeite om zijn eigen situatie in te schatten en kan het effect van zijn eigen gedrag niet beoordelen. Het inzicht van de patiënt in zijn eigen problematiek verdwijnt al snel.
  • Impulsief en onaangepast gedrag: de persoon met dementie is vaak erg impulsief. Voorbeelden zijn roekeloosheid in het verkeer en grof taalgebruik. Gecombineerd met een verminderd oordeelsvermogen kan dit aanleiding geven tot sociaal onaangepast gedrag. De patiënt houdt geen rekening met anderen en gedraagt zich egocentrisch en kinderlijk. 
  • Ontremming: het ongeremde kan ook tot uiting komen in het eetgedrag van de persoon met dementie. Deze schrokt het eten naar binnen en ontwikkelt vaak een voorkeur voor zoetigheid. Het verlies van normen en waarden doet zich soms ook gelden bij seksueel gedrag. Mensen met frontotemporale dementie worden in dat geval vaak onverschilliger in hun relatie. 
  • Dwanghandelingen: dwangmatig gedrag is een van de meest opvallende en kenmerkende gedragingen bij frontotemporale dementie. Het dagelijks leven moet volgens een vast patroon lopen. De persoon met dementie gaat bijvoorbeeld elke dag op precies hetzelfde tijdstip eten, ook als is het eten nog niet gaar. De persoon met dementie is meestal niet in staat flexibel te denken en blijft vaak hangen in een bepaald gedrag of gewoonte, ook al is dit niet meer functioneel. 
  • Persoonlijkheidsveranderingen: de persoon met dementie kan heel extravert zijn of juist erg in zichzelf gekeerd. Hij kan uren niks doen tot iemand hem een opdracht geeft, maar kan ook erg ongeduldig zijn. Qua stemming is er vaak sprake van een soort kinderlijke onnozelheid en vrolijkheid, die voor de omgeving wat overdreven overkomt. 
  • Taal- en geheugenproblemen: soms ontstaan taalproblemen al in een vroeg stadium van de ziekte. De patiënt gaat steeds meer hetzelfde woord gebruiken om verschillende dingen aan te duiden, of herhaalt wat een ander zegt. Hij heeft moeite om losse woorden te ordenen tot een zin. Het begrijpen van gesproken en geschreven taal levert meestal geen problemen op.
    - Geheugenproblemen: aanvankelijk staan geheugenproblemen bij frontotemporale dementie niet op de voorgrond. Ook de oriëntatie in plaats, tijd en personen blijft nog lang intact.

De omgang met iemand die lijdt aan frontotemporale dementie moet zoveel mogelijk gericht zijn op het bieden van ordening en structuur. Impulsief gedrag wordt door gebeurtenissen die van het dagelijkse patroon afwijken gestimuleerd. Elke verandering van de normale gang van zaken wordt door de persoon met dementie als onveilig en bedreigend ervaren.