Login info
naam: wachtwoord: Login
Lettergrootte normaal Lettergrootte groot Lettergrootte extra groot

Hoe blijf ik dementie de baas?

Behandeling van dementie

De medicijnen tegen dementie werken vooral op het terrein van de cognitie, (geheugen, denken, taal, handelen) en een verbetering van het dagelijks functioneren van de patiënt, zoals het omgaan met geld, telefoneren, koken, schoonmaken en lichamelijke verzorging. De medicijnen genezen dus niet de beschadiging van de hersenen als gevolg van dementie. De geneesmiddelen kunnen alleen de gevolgen van de schade beperken.

De medicijnen tegen de ziekte van Alzheimer zijn onder te verdelen in twee groepen: acetylcholine-esterase-remmers en NMDA-antagonisten.

1. Acetylcholine-esterase-remmers
In de hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer is de concentratie van neurotransmitter acetylcholine verlaagd. Neurotransmitters zijn chemische stoffen die in de hersenen informatie overbrengen. Ze worden daarom ook wel prikkeloverdragende stoffen genoemd. Een tekort aan deze stof zou leiden tot geheugenstoornissen.
Acetylcholine-esterase-remmers remmen de afbraak van acetylcholine in de hersenen, waardoor de concentratie acetylcholine hoger wordt. Hierdoor zijn de zenuwcellen beter in staat informatie op elkaar over te dragen en verminderen de symptomen van de dementie. Het middel is tot nu toe geschikt voor mensen met een licht tot matig-ernstige ziekte van Alzheimer. Ook wordt dit middel toegepast bij mensen met een Lewy body dementie om de gedragsveranderingen en hallucinaties te beïnvloeden.
Voorbeelden van een acetylcholine-esterase-remmer is rivastigmine (Exelon) en galantamine (Reminyl).
Het effect van deze middelen is in de praktijk niet zo groot. De ziekte stabiliseert of verbetert tijdens de eerste negen à twaalf maanden van de behandeling bij ongeveer 10% van de mensen. Daarna nemen de ziekteverschijnselen weer toe. Men zou zich dan ook af kunnen vragen of deze behandeling nut heeft bij een ziekte als dementie die zulke dramatische consequenties heeft.

2. NMDA-antagonisten
NMDA-antagonisten verlagen de hoeveelheid van een stof (glutamaat) in de hersenen die prikkels overdraagt. Indien er teveel van deze stof aanwezig is, wordt de signaaloverdracht verstoord en op den duur kan de stof hersencellen beschadigen.
In onderzoek lijken patiënten die NMDA-antagonisten gebruiken minder snel achteruit te gaan in hun verstandelijke vermogens. Dit wordt gebruikt bij mensen met een matig ernstige tot ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer.
Een voorbeeld is memantine (Ebixa).
Onderzoek laat zien dat memantine een positief effect heeft op het dagelijks functioneren en de zelfredzaamheid van mensen met Alzheimer.

Vasculaire dementie kan vooralsnog niet behandeld worden. Schade aan het hersenweefsel in onomkeerbaar. Soms is het echter wel mogelijk bijkomende verschijnselen te behandelen, zoals sombere of angstige gevoelens en hallucinaties. Vaak ook zal men proberen de onderliggende hart- of vaatziekte te behandelen om verdere schade zo veel mogelijk te beperken.

Lewy Body dementie kan vooralsnog niet genezen of afgeremd worden met geneesmiddelen. Bij Lewy Body dementie is er vaak sprake van bewustzijnsveranderingen en hallucinaties. Hiervoor worden normaal gesproken vaak neuroleptica (anti-psychotica) voorgeschreven. Mensen met Lewy Body dementie zijn hier echter overgevoelig voor. Inmiddels is gebleken dat cholinesteraseremmers ook bij Lewy Body dementie zeer effectief zijn in het behandelen van de symptomen als gevolg van de dementie.

Voor frontotemporale dementie is geen behandeling beschikbaar. Wel is er medicatie die ontremd gedrag tegen gaat.